Gevoelige periodes

Soms lijkt het alsof een kind van de ene op de andere dag een nieuwe interesse ontwikkelt. Een peuter die wekenlang nauwelijks naar boeken omkeek, wil ineens ieder plaatjesboek uit de kast halen. Een ander kind klimt overal op, terwijl weer een ander urenlang steentjes, blaadjes of kleine bloemetjes verzamelt tijdens een wandeling.

Als ouder vraag je je misschien af waar die plotselinge fascinatie vandaan komt. Maria Montessori ontdekte dat dit geen toeval is. Volgens haar ontwikkelen kinderen zich niet gelijkmatig, maar doorlopen zij verschillende gevoelige periodes. Tijdens zo'n periode staat een kind bijzonder open voor het ontwikkelen van een bepaalde vaardigheid. Leren kost dan opvallend weinig moeite en gaat bijna vanzelf.

Juist daarom zijn deze periodes zo bijzonder. Niet omdat je een kind iets moet leren, maar omdat het kind zélf laat zien waar het op dat moment aan toe is.

 

Een kind wijst zelf de weg

Misschien is dat wel het mooiste aan de Montessorivisie. Je hoeft niet te bedenken wat je kind nu zou moeten leren. Wanneer je goed kijkt, vertelt je kind dat vaak zelf.

Een peuter die steeds nieuwe woorden probeert uit te spreken, laat zien dat taal op dat moment volop in ontwikkeling is. Een kind dat telkens opnieuw op een muurtje klimt, is waarschijnlijk bezig zijn evenwicht en motoriek te verfijnen. En een peuter die alles zelf wil doen, oefent niet alleen praktische vaardigheden, maar bouwt ook aan zijn zelfstandigheid.

Volgens Montessori is observeren daarom een van de belangrijkste taken van een ouder of opvoeder. Door aandachtig te kijken ontdek je waar de interesse van je kind ligt. Vervolgens kun je een omgeving aanbieden waarin het die nieuwe vaardigheid verder kan ontwikkelen. Dat is iets anders dan een les geven. Je sluit aan bij wat er van binnenuit al leeft.

 

Wanneer leren bijna vanzelf gaat

Iedereen kent wel momenten waarop iets ineens moeiteloos lijkt te gaan. Dat geldt ook voor kinderen.

Tijdens een gevoelige periode lijkt een kind als vanzelf aangetrokken te worden tot een bepaald onderwerp. Het oefent eindeloos, herhaalt dezelfde handeling keer op keer en blijft nieuwsgierig, zonder dat iemand het hoeft aan te moedigen.

Juist daarom zijn deze periodes zo krachtig. Een vaardigheid die op het juiste moment wordt ontdekt, kost vaak veel minder moeite dan wanneer een kind er eigenlijk nog niet aan toe is.

Dat betekent overigens niet dat je iets voorgoed mist wanneer een gevoelige periode voorbij is. Kinderen kunnen later nog steeds leren lezen, schrijven of rekenen. Montessori benadrukte alleen dat het vaak meer inspanning vraagt wanneer een kind een vaardigheid pas ontwikkelt nadat die natuurlijke ontvankelijkheid is afgenomen. Je kunt het vergelijken met een volwassene die later in zijn leven een nieuwe taal leert. Dat lukt nog steeds, maar meestal kost het meer oefening dan bij een jong kind.

Die gedachte is geruststellend. Gevoelige periodes zijn geen deadline, maar een uitnodiging om mee te bewegen met de ontwikkeling van je kind.

 

Gevoelige periodes zien er voor ieder kind anders uit

Hoewel de volgorde van ontwikkeling bij veel kinderen vergelijkbaar is, is het moment waarop een gevoelige periode begint nooit precies hetzelfde. Het ene kind ontwikkelt al vroeg een enorme belangstelling voor taal, terwijl een ander eerst volledig opgaat in bewegen of bouwen.

Dat is precies waarom vergelijken zo weinig zin heeft. Montessori keek niet naar wat kinderen van dezelfde leeftijd deden. Zij keek naar het individuele kind dat voor haar stond. Waar werd het enthousiast van? Welke activiteit koos het steeds opnieuw? Waar kon het zich opvallend lang op concentreren?

Wanneer je die vragen stelt, ga je heel anders naar je kind kijken. Je zoekt niet meer naar wat er volgens een schema zou moeten gebeuren, maar naar wat er op dit moment daadwerkelijk gebeurt.

 

Wat kun je thuis herkennen?

Er zijn een aantal gevoelige periodes die veel ouders zullen herkennen. Rond de peuterleeftijd zie je vaak een enorme interesse in taal. Kinderen luisteren aandachtig, herhalen woorden en bouwen in korte tijd een indrukwekkende woordenschat op. In deze periode helpt het om veel met je kind te praten, voor te lezen en gewone, rijke taal te gebruiken. Je hoeft woorden niet eenvoudiger te maken dan nodig is. Kinderen begrijpen vaak meer dan we denken.

Veel peuters ontwikkelen daarnaast een sterke behoefte aan orde. Ze vinden het prettig wanneer speelgoed een vaste plek heeft en dagelijkse routines herkenbaar zijn. Dat geeft houvast in een wereld die voortdurend groter wordt. Misschien merk je dat je kind van slag raakt wanneer een vertrouwd ritueel ineens anders verloopt. Dat is geen koppigheid, maar een teken dat voorspelbaarheid op dat moment belangrijk is.

Tussen ongeveer anderhalf en drie jaar raken veel kinderen gefascineerd door kleine details. Waar volwassenen een bos bloemen zien, ontdekt een peuter één bijzonder bloemetje of een klein lieveheersbeestje op een blad. Door regelmatig samen naar buiten te gaan en de tijd te nemen om zulke ontdekkingen te bekijken, sluit je aan bij die natuurlijke nieuwsgierigheid.

Ook de motorische ontwikkeling kent gevoelige periodes. Peuters willen klimmen, springen, tillen, schenken en eindeloos oefenen met bewegingen die voor volwassenen heel eenvoudig lijken. In plaats van die behoefte voortdurend af te remmen, kun je beter zoeken naar veilige manieren waarop je kind deze vaardigheden kan oefenen.

Daarnaast zijn jonge kinderen vaak nieuwsgierig naar alles wat ze kunnen voelen, ruiken, proeven en horen. Ze willen zand tussen hun vingers voelen, luisteren naar vogels, kruiden ruiken of ontdekken hoe verschillende materialen aanvoelen. Juist zulke zintuiglijke ervaringen helpen hen om grip te krijgen op de wereld.

Rond de leeftijd van tweeënhalf tot drie jaar zie je vaak ook de eerste belangstelling ontstaan voor sociale omgangsvormen. Kinderen beginnen beleefdheidsvormen over te nemen, niet omdat ze die uit hun hoofd leren, maar omdat ze volwassenen dagelijks observeren. Een vriendelijk "dank je wel" of iemand helpen wanneer iets valt, wordt langzaam onderdeel van hun eigen gedrag.

 

Volg je kind, niet het lesprogramma

Misschien is dat wel de belangrijkste les die gevoelige periodes ons leren. Kinderen ontwikkelen zich niet volgens een strak schema dat voor iedereen hetzelfde is. Ze laten zelf zien waar hun aandacht naartoe gaat en welke vaardigheden ze willen oefenen.

Wanneer we die signalen leren herkennen, hoeven we minder te sturen en meer te begeleiden. Dat vraagt soms om geduld. Soms ook om loslaten. Maar het levert iets moois op. Een kind dat mag leren op het moment dat het daar van binnenuit klaar voor is, ervaart hoe leuk ontdekken eigenlijk is.

En misschien is dat wel de grootste kracht van Montessori. Niet dat we kinderen zoveel mogelijk leren, maar dat we leren kijken naar wat een kind ons zelf al laat zien.

Terug naar blog