Het beeld van het kind

Als je ooit een peuter aandachtig hebt bekeken, weet je hoe bijzonder kinderen eigenlijk zijn. Waar wij volwassenen vaak haast hebben en met onze gedachten alweer bij de volgende afspraak zijn, kan een jong kind minutenlang geboeid kijken naar een mier die over de stoep loopt. Een plas water verandert in een complete ontdekkingstocht en een simpele kartonnen doos blijkt soms veel interessanter dan het speelgoed dat erin zat.

Voor Maria Montessori waren dit geen schattige momenten die toevallig bij jonge kinderen horen. Juist in deze ogenschijnlijk gewone situaties zag zij iets veel groters gebeuren. Ze zag een mens die bezig was zichzelf op te bouwen.

Dat klinkt misschien als een bijzondere gedachte, maar eigenlijk verandert het de hele manier waarop je naar opvoeden kijkt. Want als een kind zichzelf ontwikkelt, is onze belangrijkste taak niet om voortdurend iets aan te leren. Onze taak is om een omgeving te creëren waarin die ontwikkeling de ruimte krijgt.

 

Een kind is niet leeg, maar vol potentie

Nog altijd wordt opvoeden vaak gezien als het overdragen van kennis. We leren kinderen praten, fietsen, rekenen en schrijven. Natuurlijk spelen ouders en leerkrachten daarin een belangrijke rol, maar Montessori keek verder dan dat. Zij geloofde dat ieder kind wordt geboren met een innerlijke drang om te groeien. Die ontwikkeling komt niet van buitenaf, maar begint van binnenuit.

Dat zie je al vanaf de geboorte. Een baby probeert zijn hoofd op te tillen, zonder dat iemand hem vertelt dat dit belangrijk is. Even later wil hij rollen, kruipen en uiteindelijk lopen. Niemand hoeft hem te motiveren om de wereld te ontdekken. Die motivatie is er al.

Hetzelfde geldt voor taal. Jonge kinderen volgen geen cursus Nederlands voordat ze hun eerste woorden uitspreken. Ze luisteren, observeren en nemen alles om zich heen op. Langzaam maar zeker ontstaat er een woordenschat, daarna volgen zinnen en uiteindelijk complete gesprekken. Wat voor volwassenen bijna onmogelijk lijkt zonder studieboeken, gebeurt bij een jong kind vrijwel vanzelf.

Volgens Montessori laat dit zien dat kinderen een enorme innerlijke kracht bezitten. Zij zijn geen lege vaten die gevuld moeten worden, maar mensen die actief bezig zijn zichzelf te vormen.

 

Kijken voordat je ingrijpt

Dat beeld van het kind heeft grote gevolgen voor de rol van volwassenen. Veel ouders herkennen de neiging om snel te helpen. Je peuter krijgt zijn jas niet dicht, dus je doet het even voor. Je kleuter zoekt naar een puzzelstukje en voordat hij zelf verder kan kijken, wijs jij al waar het ligt.

Dat doen we meestal uit liefde. We willen helpen, aanmoedigen en voorkomen dat ons kind gefrustreerd raakt.

Toch ontdekte Montessori dat juist die kleine momenten ontzettend waardevol zijn. Niet omdat kinderen moeten worstelen, maar omdat ze tijdens het zoeken, proberen en opnieuw beginnen iets leren wat niemand anders voor hen kan doen. Iedere keer dat een kind een probleem zelf oplost, groeit het vertrouwen in zijn eigen kunnen.

Dat vraagt soms om geduld. Het kost nu eenmaal meer tijd wanneer een peuter zelf zijn schoenen aantrekt of een glas water probeert in te schenken. Maar juist in die extra minuten gebeurt de ontwikkeling.

Misschien is dat wel een van de moeilijkste lessen voor ouders. Soms is niet ingrijpen de grootste hulp die je kunt geven.

 

Respect begint met vertrouwen

Wanneer Montessori over respect sprak, bedoelde zij veel meer dan beleefd met elkaar omgaan. Respect begint volgens haar met vertrouwen. Vertrouwen dat een kind wil leren. Vertrouwen dat een kind zich wil ontwikkelen. Vertrouwen dat een kind vaak meer kan dan wij op het eerste gezicht denken.

Dat betekent niet dat kinderen alles zelf moeten doen of nooit hulp nodig hebben. Natuurlijk zijn er momenten waarop ze begeleiding nodig hebben. Het verschil zit in de vraag die je jezelf stelt. Neem je iets over omdat het echt nodig is, of omdat het sneller gaat?

Dat onderscheid lijkt klein, maar maakt in de praktijk een wereld van verschil.

Kinderen voelen haarfijn aan wanneer volwassenen vertrouwen hebben in hun mogelijkheden. Een peuter die merkt dat hij zelf de tafel mag dekken of zijn eigen beker mag pakken, ervaart dat hij een waardevolle bijdrage kan leveren. Hij is niet alleen iemand voor wie gezorgd wordt, maar ook iemand die mee mag doen.

Juist dat gevoel vormt de basis voor zelfstandigheid.

 

Opvoeden gebeurt vooral in het gewone leven

Misschien is dat wel het mooiste aan de visie van Montessori. Je hebt geen speciale lessen nodig om je kind te helpen ontwikkelen. Sterker nog, de belangrijkste leermomenten ontstaan vaak tijdens de meest gewone momenten van de dag.

Wanneer je samen boodschappen doet, leert je kind nieuwe woorden, ziet het hoe mensen met elkaar omgaan en ontdekt het hoe een winkel werkt.

Tijdens het koken oefent een peuter ongemerkt zijn fijne motoriek wanneer hij een banaan pelt of groenten wast. Een kleuter leert verantwoordelijkheid wanneer hij de tafel dekt en na het eten zijn eigen bord naar het aanrecht brengt.

Zelfs een wandeling door het bos wordt een les, niet omdat jij van alles uitlegt, maar omdat je kind vragen stelt, bladeren verzamelt en zich verwondert over alles wat het tegenkomt.

Voor Montessori hoefde leren daarom niet los te staan van het dagelijks leven. Het dagelijks leven ís het onderwijs.

 

Anders kijken naar kinderen

Misschien is dat uiteindelijk wel de grootste verandering die Montessori ons meegeeft. Niet een verzameling materialen of een bepaalde manier van lesgeven, maar een andere blik op kinderen.

Een kind is niet iemand die voortdurend gecorrigeerd, gestuurd of vermaakt hoeft te worden. Het is een mens met een natuurlijke nieuwsgierigheid, een enorme wil om te leren en een diep verlangen om zelfstandig deel te nemen aan de wereld om hem heen.

Wanneer je vanuit die gedachte naar je kind kijkt, veranderen ook de keuzes die je als ouder maakt. Je gaat iets minder haasten en iets vaker wachten. Je neemt iets minder over en geeft iets vaker de kans om het zelf te proberen. Je kijkt niet alleen naar wat je kind vandaag kan, maar ook naar wie het langzaam aan het worden is.

En misschien is dat wel de mooiste gedachte achter de hele Montessorivisie. Niet dat wij onze kinderen vormen, maar dat we hen mogen begeleiden terwijl zij stap voor stap zichzelf vormen.

Terug naar blog