Het natuurlijke verlangen om te leren

"Waarom wil hij alles zelf doen?"

Het is een vraag die veel ouders zichzelf stellen. Je peuter wil zelf zijn jas aantrekken, een banaan pellen of de trap oplopen. Ook wanneer iets nog niet lukt, blijft hij het proberen. Soms lijkt het zelfs alsof hij expres de moeilijkste weg kiest. Toch is dat precies hoe jonge kinderen leren.

Maria Montessori ontdekte dat kinderen geen beloning nodig hebben om zich te ontwikkelen. Ze worden geboren met een diep verlangen om de wereld te begrijpen. Dat verlangen hoeft niet aangeleerd te worden, want het is er vanaf het begin al. Een baby oefent net zo lang totdat hij een speeltje kan vastpakken. Een dreumes probeert keer op keer op te staan nadat hij is gevallen. Een peuter blijft eindeloos oefenen met schenken, bouwen of knippen, niet omdat iemand dat van hem vraagt, maar omdat hij van binnenuit voelt dat hij eraan toe is.

Dat noemde Montessori de natuurlijke motivatie van het kind. Leren is geen taak die van buitenaf wordt opgelegd, maar een behoefte die van binnenuit ontstaat.

 

Nieuwsgierigheid is de motor van ontwikkeling

Kijk maar eens naar een jong kind dat buiten speelt. Een slak op het tuinpad kan zomaar belangrijker zijn dan de speeltuin verderop. Een plas water verandert in een experiment en een gevallen blad wordt aandachtig bekeken, omgedraaid en gevoeld. Voor volwassenen lijken dit kleine momenten. Voor een kind zijn het ontdekkingen.

Juist die verwondering vormt de basis van leren. Kinderen willen begrijpen hoe iets werkt, wat er gebeurt als ze iets proberen en waarom de wereld eruitziet zoals hij eruitziet. Ze hebben daar meestal geen opdracht voor nodig. Hun nieuwsgierigheid brengt hen vanzelf in beweging.

Dat is misschien ook de reden waarom jonge kinderen zoveel vragen stellen. Niet om volwassenen bezig te houden, maar omdat ze de wereld stukje voor stukje proberen te begrijpen.

 

Een omgeving die uitnodigt om te ontdekken

Hoewel de motivatie om te leren vanuit het kind zelf komt, speelt de omgeving een grote rol. Nieuwsgierigheid heeft ruimte nodig.

Wanneer een kind zelfstandig een boek kan pakken, materialen mag gebruiken en de kans krijgt om mee te helpen in het dagelijks leven, ontstaan er voortdurend nieuwe leermomenten. Niet omdat iemand zegt wat het moet doen, maar omdat de omgeving uitnodigt om te ontdekken.

Dat is precies wat Maria Montessori bedoelde met een voorbereide omgeving. Een omgeving waarin kinderen zelfstandig op onderzoek kunnen gaan, fouten mogen maken en steeds iets nieuws kunnen uitproberen.

Je hoeft daarvoor geen complete Montessorikamer in huis te hebben. Vaak zit het verschil in kleine dingen. Een opstapje bij het aanrecht zodat je kind kan helpen met koken. Een lage plank waar boeken binnen handbereik staan. Een gietertje waarmee planten water mogen krijgen. Zulke eenvoudige aanpassingen geven kinderen de kans om zelf initiatief te nemen.

 

Kinderen leren ook van elkaar

Wie weleens een groep jonge kinderen heeft geobserveerd, ziet hoe vaak ze naar elkaar kijken. Een dreumes ziet een ouder kind met een schepje spelen en wil hetzelfde proberen. Een peuter kijkt aandachtig hoe een ander zijn jas aantrekt. Zonder uitleg nemen kinderen technieken, ideeën en oplossingen van elkaar over.

Binnen een Montessorigroep zitten daarom bewust kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar. Jongere kinderen leren door te observeren en oudere kinderen verdiepen hun eigen kennis doordat ze iets mogen voordoen of uitleggen.

Dat principe zie je ook thuis terug. Broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes hebben vaak meer invloed op elkaar dan we beseffen. Ze inspireren elkaar, dagen elkaar uit en laten elkaar nieuwe mogelijkheden zien.

 

Spelen is serieus werk

Voor volwassenen voelt spelen vaak als ontspanning. Voor een jong kind is spelen juist het werk van de dag. Tijdens het bouwen van een toren ontdekt een peuter hoe evenwicht werkt. Bij het schenken van water oefent hij zijn motoriek en concentratie. In fantasiespel leert hij gesprekken voeren, emoties begrijpen en situaties verwerken.

Wanneer een kind helemaal opgaat in zijn spel, is het dus niet zomaar aan het spelen. Het is aan het werk.

Misschien is dat ook de reden waarom Montessori zo veel waarde hechtte aan ongestoord spel. Kinderen hebben tijd nodig om ergens helemaal in op te gaan. Juist wanneer we niet steeds onderbreken of een nieuwe activiteit aanbieden, ontstaat vaak de diepste concentratie.

 

Volgen in plaats van sturen

Als ouder willen we onze kinderen graag helpen. We leggen uit, moedigen aan en bedenken leuke activiteiten. Dat is waardevol, maar soms kunnen we nog meer betekenen door juist een stap terug te doen.

Wanneer een kind uit zichzelf ergens belangstelling voor toont, ontstaat de mooiste vorm van leren. Dan hoef je de nieuwsgierigheid niet aan te wakkeren, maar alleen te voeden.

Dat kan door een nieuw boek neer te leggen wanneer je kind veel vragen stelt over dieren. Door een vergrootglas mee naar buiten te nemen als het gefascineerd is door insecten. Of door samen te bakken wanneer het graag wil helpen in de keuken.

Je volgt de interesse van je kind, in plaats van die te bepalen.

 

Vertrouwen in de nieuwsgierigheid van je kind

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van Maria Montessori. Je hoeft kinderen niet voortdurend te motiveren om te leren. Hun motivatie is er al.

Wat zij nodig hebben, is een omgeving waarin die nieuwsgierigheid mag blijven bestaan. Een plek waar vragen gesteld mogen worden, waar fouten maken erbij hoort en waar ontdekken belangrijker is dan presteren.

Wanneer we leren vertrouwen op dat natuurlijke verlangen om te leren, verandert ook onze rol als ouder. We worden minder degene die alle antwoorden geeft en meer degene die mogelijkheden biedt.

En juist in die ruimte gebeurt iets bijzonders. Kinderen ontdekken niet alleen de wereld om zich heen, maar ook wat zij zelf allemaal kunnen.

Terug naar blog