Praktisch en concreet leren

Misschien heb je het weleens meegemaakt. Je legt je peuter uit dat een banaan gepeld moet worden voordat je hem kunt eten, maar nog voordat je bent uitgesproken probeert hij het al zelf. Of je vertelt hoe een rits werkt, terwijl kleine handjes het liefst meteen willen voelen, trekken en ontdekken wat er gebeurt.

Voor jonge kinderen is dat heel normaal.

Maria Montessori ontdekte dat kinderen de wereld niet in de eerste plaats begrijpen door te luisteren naar uitleg. Ze begrijpen de wereld door haar aan te raken, vast te pakken, uit te proberen en zelf te ervaren. Hun handen zijn daarbij onmisbaar. Ze vormen als het ware de brug tussen de omgeving en het brein.

Daarom zie je binnen Montessori zoveel materialen die kinderen uitnodigen om actief bezig te zijn. Niet omdat leren een spelletje moet zijn, maar omdat jonge kinderen kennis veel dieper verwerken wanneer ze iets zelf mogen ervaren.

 

De handen zijn het gereedschap van het jonge kind

Volwassenen leren vaak door te lezen of te luisteren. Een jong kind leert vooral door te doen.

Wanneer een peuter water overschenkt, leert hij veel meer dan alleen schenken. Hij voelt hoeveel kracht nodig is, ontdekt wat er gebeurt als hij te snel giet en merkt dat een beker vol kan raken. Zijn ogen, handen en hersenen werken voortdurend samen.

Maria Montessori schreef dat de intelligentie van een kind zich ontwikkelt door het gebruik van de handen. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het heeft grote gevolgen voor de manier waarop kinderen leren. Hoe vaker een kind actief met materialen werkt, hoe beter het nieuwe kennis begrijpt en onthoudt.

Dat is ook de reden waarom jonge kinderen vaak eerst iets willen aanraken voordat ze ernaar luisteren. Ze zijn niet ongehoorzaam. Ze leren op de manier die het beste past bij hun ontwikkeling.

 

Eerst ervaren, daarna begrijpen

Stel je voor dat je een kind wilt leren wat zwaar en licht betekent.

Je kunt natuurlijk uitleggen wat die woorden betekenen, maar veel krachtiger is het wanneer een kind zelf twee voorwerpen optilt en het verschil voelt.

Hetzelfde geldt voor rekenen. Binnen Montessori leren kinderen niet direct uit een werkboek. Ze werken eerst met tastbare materialen waarmee hoeveelheden zichtbaar en voelbaar worden. Een groepje van tien kralen ziet er anders uit dan één losse kraal en een blok van duizend voelt letterlijk groter en zwaarder aan dan een staafje van tien.

Op die manier wordt een abstract begrip eerst iets wat een kind kan zien, voelen en vasthouden. Pas wanneer die basis stevig is, groeit het begrip vanzelf verder naar rekenen op papier.

Dat principe zie je niet alleen terug bij rekenen, maar eigenlijk bij alles wat kinderen leren.

 

Voelen, proberen en ontdekken

Jonge kinderen nemen informatie niet alleen op met hun ogen en oren. Ook hun tastzin speelt een belangrijke rol.

Wanneer een kind een rits dichtmaakt, een deegbal kneedt of met zijn vingers door zand gaat, gebeurt er veel meer dan alleen een leuke activiteit. De handen sturen voortdurend informatie naar de hersenen. Iedere beweging helpt om verbindingen te leggen, vaardigheden te verfijnen en ervaringen op te slaan.

Daarom combineren Montessori materialen vaak verschillende zintuigen. Een kind kijkt, voelt, beweegt en luistert tegelijkertijd. Dat maakt leren rijker dan wanneer het alleen naar uitleg luistert.

Je ziet dat ook in het dagelijks leven. Een peuter onthoudt veel beter hoe je een sinaasappel pelt wanneer hij het zelf heeft gedaan dan wanneer hij alleen heeft gekeken.

 

Het dagelijks leven zit vol leermomenten

Misschien denk je bij Montessori direct aan houten materialen, maar eigenlijk begint hands on leren veel dichter bij huis.

In de keuken mag een kind groenten wassen, deeg kneden of een banaan snijden met een kindermesje.

Tijdens het aankleden oefent het met knopen, ritsen en veters.

Bij het opruimen leert het een doek uitwringen of een plant water geven.

Het lijken gewone klusjes, maar voor een jong kind zijn het waardevolle oefeningen. Niet alleen voor de motoriek, maar ook voor concentratie, zelfstandigheid en zelfvertrouwen.

Kinderen vinden dit vaak veel leuker dan wij verwachten. Niet omdat het moet, maar omdat ze graag willen bijdragen en zelf willen ontdekken hoe iets werkt.

 

Van concreet naar abstract

Een belangrijk uitgangspunt binnen Montessori is dat kinderen eerst een stevige basis van concrete ervaringen nodig hebben voordat zij abstract kunnen denken.

Dat zie je bijvoorbeeld terug bij taal. Een kind leert eerst echte voorwerpen benoemen, daarna afbeeldingen herkennen en pas later letters en woorden lezen. Ook rekenen begint niet met cijfers op papier, maar met materialen die hoeveelheden tastbaar maken.

Naarmate een kind ouder wordt, heeft het deze materialen steeds minder nodig. De ervaringen zijn dan als het ware opgeslagen in het hoofd. Het kind kan zich de hoeveelheden, vormen of bewegingen voorstellen zonder ze nog vast te houden.

Dat is precies het doel van concreet leren. De materialen zijn geen eindpunt, maar een hulpmiddel om uiteindelijk zelfstandig en abstract te kunnen denken.

 

Geef je kind de kans om het zelf te doen

Hands on leren vraagt soms iets van ons als volwassenen. Zelf iets voordoen gaat vaak sneller dan een kind laten oefenen. Toch zit juist in dat oefenen de grootste winst.

Een peuter die zijn boterham zelf smeert, maakt misschien eerst een beetje knoeiboel. Een kleuter die leert knippen, knipt niet direct netjes langs de lijn. Maar iedere poging helpt om vaardigheden op te bouwen die later vanzelfsprekend worden.

Wanneer we kinderen de ruimte geven om zelf te ontdekken, leren ze niet alleen hoe iets werkt. Ze ervaren ook dat ze uitdagingen kunnen aangaan, fouten mogen maken en steeds iets nieuws kunnen leren.

 

Leren begint met doen

Misschien is dat wel de mooiste gedachte achter hands on leren.

Kinderen hoeven de wereld niet eerst uitgelegd te krijgen voordat ze haar mogen ontdekken. Ze leren juist dóór te ontdekken.

Iedere keer dat een kind iets vastpakt, probeert, voelt, bouwt, schenkt, sorteert of onderzoekt, groeit zijn begrip van de wereld een stukje verder.

Daarom is spelen binnen Montessori nooit zomaar spelen. Het is serieus werk. Het zijn de ervaringen waarmee kinderen langzaam bouwen aan hun kennis, hun vaardigheden en hun vertrouwen in zichzelf.

En misschien is dat precies waarom een peuter zo graag zegt: "Zelf doen." Niet omdat hij geen hulp wil, maar omdat hij voelt dat hij juist door het zelf te doen het meeste leert.

Terug naar blog